Mogelijke problemen in het Nederlands als gevolg van transfer
Mandinka en Nederlands zijn twee talen die erg van elkaar verschillen. Hierdoor kunnen er problemen ontstaan in de taalproductie op het gebied van de fonologie, morfologie en syntaxis in de Nederlandse taal als gevolg van transfer. Als deze problemen in het Nederlands worden geconstateerd, hoeft dit dus geenszins op een taalontwikkelingsstoornis te duiden.
Fonologie Uitspraak Het Mandinka heeft veel dezelfde spraakklanken als West-Germaanse talen. Toch bestaan er een aantal fonologische verschillen tussen het Mandinka en het Nederlands. In het Mandinka wordt de /j/ bijvoorbeeld uitgesproken als /dy/. De /l/ wordt uitgesproken als een /r/ (komt alleen voor in leenwoorden) en de /ng/ wordt uitgesproken als een ringelgeluid. Dit maakt dat kinderen in het Nederlands problemen kunnen ervaren met het juist produceren van deze klanken. Het gebruik van toonhoogte is in het Madinka anders dan in het Nederlands. Het Mandinka heeft twee tonen, namelijk hoog en laag. Een zelfstandig naamwoord heeft altijd óf alleen maar hoge-, of alleen maar lage lettergrepen. De klemtoon van een woord in het Mandinka wordt over het algemeen altijd op de stam van het woord geplaatst. In het Nederlands valt de klemtoon vaak op de eerste lettergreep van een woord.
Syllabestructuur Het Madinka heeft een CV-structuur (medeklinker-klinkerstructuur). Dit komt overeen met het Nederlands. Wel kunnen sprekers van het Madinka moeite hebben met de laatste consonant van een woord (bijvoorbeeld in clusters). In het Madinka is de enige consonant die voorkomt aan het einde van een woord namelijk de /ŋ/. Het Nederlands heeft veel meer mogelijkheden.
Morfologie Verbuigingen en vervoegingen Mandinka is een morfologisch arme taal die weinig verbuigingen en vervoegingen kent. Als gevolg van transfer kan een spreker van het Madinka onder andere foute produceren in het vervoegen van werkwoorden naar persoon of getal. Het Madinka vervoegt werkwoorden namelijk niet naar deze kenmerken. Dit betekent dat de infinitief en de onvoltooid tegenwoordige tijd altijd dezelfde vorm hebben. Het Mandinka kent wel twee soorten getal, enkelvoud en meervoud. Echter heeft het meervoud heeft slechts één uitgang. Het Nederlands heeft twee uitgangen (/s/ en /en/). Sprekers van het Madinka kunnen als gevolg van transfer dus fouten maken in het correct produceren van meervouden. Ook heeft het Mandinka geen voltooid deelwoorden, zoals het Nederlands dat wel heeft. Hierdoor kan het lastig zijn om het systeem van hulpwerkwoord + voltooid deelwoord te leren. In het Mandinka wordt veel gebruik gemaakt van verkleinwoorden, meer dan in het Nederlands.
Persoonlijk voornaamwoorden Het Mandinka gebruikt hetzelfde persoonlijke voornaamwoord voor mannelijke, vrouwelijke en onzijdige woorden. Er wordt geen onderscheid gemaakt in de vervoeging per geslacht. Er wordt slechts een onderscheidend woord gebruikt, bijvoorbeeldMuso laat weten dat het over een vrouw gaat.
Bijvoeglijk naamwoorden Het Mandinka maakt, in tegenstelling tot het Nederlands, geen gebruik van bijvoeglijke naamwoorden. In plaats hiervan gebruiken zij een zelfstandig naamwoord.
Syntaxis. De volgorde van een zin in het Mandinka komt overeen met de volgorde van een Nederlandse zin, namelijk subject-verb-object (S-V-O).
Pragmatiek Geen transferfouten bekend op het gebied van pragmatiek
Vragenlijst in relatie tot problemen in het Nederlands. Wanneer op deze vragen vaak 'ja' wordt geantwoord, is er mogelijk sprake van negatieve transfer vanuit het Madinka.
Fonologie
Heeft het kind moeite met de productie van de Nederlandse klanken /j/, /c/, /l/, /i/ of /ng/?
Heeft het kind moeite met het uitspreken van de eindconsonant van een woord?
Heeft het kind moeite met juist plaatsen van de klemtoon?
Maakt het kind gebruik van een voor het Nederlands vreemde toonhoogte?
Morfologie
Maakt het kind fouten in het vervoegen van werkwoorden naar persoon en getal?
Maakt het kind fouten in het verbuigen van meervouden?
Heeft het kind moeite met het produceren van een voltooid deelwoord met hulpwerkwoord?
Maakt het kind overmatig veel gebruik van verkleinwoorden?
Maakt het kind fouten in het produceren van persoonlijk voornaamwoorden?
Maakt het kind fouten in het produceren van bijvoeglijk naamwoorden?
Mogelijke vragen aan ouders/tolken met betrekking tot specifieke TOS-kenmerken
Om u behulpzaam te zijn bij het onderscheiden van geproduceerde fouten in het Nederlands naar mogelijke oorzaak, is onderstaande vragenlijst per talig kenmerk (fonologie, morfologie, syntaxis en pragmatiek) opgesteld. Voorzichtigheid bij de analyse van taalproducties aan de hand van deze vragenlijst is geboden; de vragen vormen slechts een leidraad om NT2-fouten globaal van TOS-fouten te onderscheiden. De verkregen informatie dient als eerste indicatie voor de aanwezigheid van een taalontwikkelingsstoornis.
Onderstaande vragen kunnen aan ouders/tolken gesteld worden om te achterhalen of het kind bepaalde TOS-kenmerken vertoont.
Vragenlijst in relatie tot problemen in het Madinka Wanneer hier vaak 'ja' op wordt geantwoord, is er mogelijk sprake van een TOS.
Fonologie
Heeft het kind in het Madinka moeite met het produceren van bepaalde klanken, terwijl dat niet meer verwacht wordt op zijn of haar leeftijd?
Syntaxis
Laat het kind het onderwerp vaak weg in de zin?
Heeft het kind moeite de woordvolgorde in het Nederlands?
Pragmatiek
Maakt het kind weinig oogcontact, is het verminderd wederkerig en heeft het zwakke communicatieve vaardigheden in de moedertaal?
1. Algemene informatie over het Mandinka
De Mandinka bevolking (ook wel Mandinga of Mandingo genoemd) telt 1 346 000 mensen en leeft verspreid over een groot gebied in West-Afrika. De Mandinka vinden hun oorsprong in Mali. Landen waar de Mandinka voorkomen, zijn Gambia, Senegal, Guinea, Guinea-Bissau, Mali, Nigeria, Liberia en Ivoorkust. In Gambia is de Mandinka de grootste bevolkingsgroep. De taal die de meeste Mandinka spreken is het Mandinka. Van de ruim 1 miljoen Mandinka, spreekt 45% Mandinka als moedertaal en 25% spreekt het als tweede taal. Omdat de taal Mandinka behoort tot de tak van Mandétalen, is de taal nauw verwant aan Bambara en Malinké (Ethnologue, 2015). Over de taal Malinké is ook een pagina gemaakt op deze Wiki.
Dialecten Mandinka
Het Mandinka kent verschillende dialecten. In de meest westerse landen van West-Afrika worden de dialecten Kalanke, Jahanka en Xaasongaxango gesproken. In de meest oosterse landen van West-Afrika worden de dialecten Bambara en Maninkakan gesproken. De dialecten hebben in grote mate lexicale gelijkenis (Bird & Charles, 1981).
2. Specifieke informatie over het Mandinka
Fonologie
Het Mandinka heeft veel dezelfde spraakklanken als West-Germaanse talen. Het alfabet bestaat uit het Latijnse schrift. Er bestaan er een aantal fonologische verschillen tussen het Mandinka en het Nederlands.
Het Mandinka heeft twee tonen, namelijk hoog en laag. Een zelfstandig naamwoord heeft altijd óf alleen maar hoge lettergrepen, of alleen maar lage lettergrepen. Om een zelfstandig naamwoord te maken, wordt een klinker achter een woord gevoegd. Het standaard achtervoegsel neemt een stijgende toon aan op zelfstandig naamwoorden met een hoge toon en een dalende toon op zelfstandig naamwoorden met een lage toon. búŋ = a room > búŋò = the room tèŋ = a palm tree > tèŋô = the palm tree kídí = a gun > kídòò = the gun kòrdàà = a house > kòrdáà = the house
Het alfabet
Het Mandinka alfabet bestaat uit tweeëntwintig letters uit het Latijnse alfabet; vijf klinkers en zeventien medeklinkers.
Het Mandinka bevat de volgende klinkers: i, e, a, o, u. Iedere klinker kan lang of kort zijn. Het Mandinka bevat geen nasale klinkers. Voor nasale klanken worden medeklinkers gebruikt.
Het Mandinka bevalt de volgende medeklinkers:
m
n
ñ
ŋ
b
d
j [dy]
(p)
t
c [ty]
k
f
s
h
w
l (r)
y
De /j/ wordt uitgesproken als /dy/ en de /c/ wordt uitgesproken als /ty/
De /p/ is komt alleen voor in leenwoorden uit het Frans
De /l/ wordt uitgesproken als /r/ en komt alleen voor in leenwoorden van andere talen
Verdubbeling van medeklinkers zoals /pp/, /cc/, /jj/, /kk/, /ll/, /mm/ en /nn/ komen alleen voor in het midden van een uiting
De enige consonant die voorkomt aan het einde van een woord, is de ŋ
De volgende diftongen bestaan: /ei/, /oi/, /au/, /eu/ en /ey/.
Als de letter /i/ tussen twee andere klinkers staat, spreek je deze uit als een /y/
De /ng/ is een moeilijke klank uit het Mandinka; het wordt uitgesproken als een ringelgeluid
Beklemtoning en CV-structuur
De klemtoon van een woord in het Mandinka wordt over het algemeen altijd op de stam van het woord geplaatst. In het Nederlands valt de klemtoon vaak op de eerste lettergreep van een woord. Dit is dus een verschil tussen beide talen. De CV-structuur (medeklinker-klinkerstructuur) komt wel overeen met het Nederlands. In beide talen kan het bijvoorbeeld voorkomen dat er drie medeklinkers tussen twee klinkers zitten (Nys, 1998).
Morfologie
De Mandinka taal is een taal die weinig vervoegingen en verbuigingen kent, in tegenstelling tot het Nederlands.
Meervouden, verkleinwoorden en bijvoeglijke naamwoorden
Het Mandinka kent twee soorten getal, namelijk het enkelvoud en het meervoud. Het gebruik van het enkelvoud en het meervoud is vergelijkbaar met die van andere talen, alleen zijn er bij het Mandinka enkele bijzonderheden in de wijze waarop de meervoudsvorm wordt gebruikt. De meervoudsvorm wordt verkregen door achter de enkelvoudsvorm eindigend op /o/, /lu/ te plakken. Als de laatste klank van het enkelvoud geen /o/ is, verandert de laatste letter in een /o/ en wordt /lu/ toegevoegd. In het Nederlands eindigt de meervoudsvorm altijd op /s/of op /en/. In het Mandinka is er dus slechts één uitgang voor alle meervoudsvormen. De verwachting is daarom dat Mandinka-sperkers hiermee in het Nederlands moeite zouden kunnen hebben.
Enkelvoud
Meervoud
Muso (een vrouw)
Musolu
Yiro (een boom)
Yirolu
Mansa (een koning)
Mansolu
Het onbepaald voornaamwoord bey (= alle, elke) heeft geen meervoud, in welke zin het ook voorkomt. Om dit woord te gebruiken, dient het zelfstandig naamwoord erachter geplaatst te worden, dus molu bey = alle mensen. Een verkleinwoord wordt gemaakt door –nding aan het zelfstandig naamwoord toe te voegen, bijvoorbeeld muso (een vrouw) en musonding (een vrouwtje).
In het Mandinka wordt veel gebruikt gemaakt van verkleinwoorden, meer dan in het Nederlands.
Het Mandinka maakt, in tegenstelling tot het Nederlands, geen gebruik van bijvoeglijke naamwoorden. In plaats hiervan gebruiken zij een zelfstandig naamwoord (Maxwell Macbrair, 1981).
Persoonlijke voornaamwoorden
Het Mandinka gebruikt hetzelfde persoonlijke voornaamwoord voor mannelijke, vrouwelijke en onzijdige woorden. Er wordt geen onderscheid gemaakt in de vervoeging per geslacht. Er wordt slechts een onderscheidend woord gebruikt, bijvoorbeeld Muso laat weten dat het over een vrouw gaat. Onderstaande tabel laat zien welke vervoeging bij het juiste persoonlijke voornaamwoord hoort (Maxwell Macbrair, 1981).
Enkelvoud
ik
nte
jij
ite
hij, zij, het
ate
Meervoud
wij
ntolu / ntelu
jullie
altolu
zij
itolu / itelu
Werkwoordvervoegingen
Werkwoorden worden in het Mandinka niet vervoegd naar persoon of getal, zoals in het Nederlands wel gebeurt. Dit betekent dat de infinitief en de onvoltooid tegenwoordige tijd altijd dezelfde vorm hebben (McWhorter, 2004).
De onvoltooid verleden tijd wordt op dezelfde manier gecreëerd. De infinitief verandert naar de verleden tijd en heeft vervolgens bij ieder persoon en getal dezelfde vorm.
Het Mandinka heeft geen voltooid deelwoorden, zoals het Nederlands wel heeft. Het kan voor een Mandinka-spreker die Nederlands leert, lastig zijn om het systeem van hulpwerkwoord + voltooid deelwoord te leren.
Syntaxis
De volgorde van een zin bestaat in het Mandinka, net als in het Nederlands, uit de constructie subject-verb-object. Dit houdt in dat een zin begint met het onderwerp, gevolgd door het werkwoord en het lijdend voorwerp. Het werkwoord staat altijd op de tweede plek: ate atata a marscoto (hij gaat naar de markt) (Maxwell Macbrair, 1981).
3. Verwervingsvolgorde
Over de verwervingsvolgorde van Mandinka als eerste taal is helaas geen literatuur gevonden. Het lijkt erop dat er (nog) geen onderzoek is gedaan naar de taalontwikkeling van een kind en de verwervingsvolgorde in specifiek het Mandinka. Alcock & Alibhai (2013) hebben onderzoek gedaan naar de taalontwikkeling bij talen in Sub-Sahara Afrika. Binnen het Sub-Sahara gebied vallen alle Afrikaanse landen die ten zuiden van de Sahara liggen. West-Afrika valt daar ook onder, dus de landen waar Mandinka gesproken wordt ook.
Uit het onderzoek van Alcock & Alibhai (2013) is gebleken dat kinderen in de Sub-Sahara landen beginnen met woordjes uiten op dezelfde leeftijd als in andere landen; zo rond hun eerste levensjaar. Tussen 2;0 en 3;0 jaar verwerven kinderen de verschillen tussen hoge en lage tonen, bij talen waar hoge en lage tonen voorkomen. Dit is het geval bij Mandinka. Dit gaat gepaard met de verwerving van werkwoorden, omdat werkwoorden in het Mandinka een hoge, lage of geen toon hebben. Veel Afrikaanse talen bevatten ‘clicks’. Een bepaalde letter wordt dan uitgesproken achter in de keel, waarbij met de tong tegen het gehemelte aan wordt geklikt. Het Mandinka bevat geen ‘clicks’. Na het verwerven van tonen en ‘clicks’, starten kinderen tussen de 2;0 en 4;0 jaar met de fonologische ontwikkeling. Vervolgens wordt ook de morfologie verworven. Ondertussen wordt het vocabulaire van de kinderen steeds uitgebreider en is de basis van het taalsysteem rond het zesde levensjaar zo goed als voltooid.
Op basis van dit onderzoek kan worden gesteld dat de taalontwikkeling in Sub-Sahara Afrika, dus ook in Mandinka, overeenkomt met de taalontwikkeling van Nederlandse kinderen. De ontwikkeling start en eindigt rond dezelfde leeftijd en de verschillende aspecten worden ongeveer in dezelfde volgorde verworven. Onderzoek specifiek gericht op de taalontwikkeling van kinderen in Mandinka is er niet. Mandinka is maar een heel klein onderdeel van alle Sub-Sahara Afrika talen. Daarom zijn de resultaten uit bovenstaand onderzoek niet per se toepasbaar op specifiek het Mandinka.
4. Specifieke taalstoornissen
Helaas is er geen literatuur gevonden over TOS en Mandinka. Er is per definitie weinig onderzoek gedaan naar deze taal. Waarschijnlijk omdat het een weinig gesproken taal is, slechts 1,3 miljoen mensen spreken het. Onderzoek dat gedaan is, richt zich op Afrikaanse talen in het algemeen, niet specifiek op Mandinka. Er is dus helaas niets bekend over dit onderwerp.
5. Slotopmerkingen
Op deze pagina is de taal Mandinka uitgelicht en zijn de verschillen tussen het Mandinka en Nederlands besproken. Daarvoor zijn onderstaande bronnen gebruikt:
Alcock, K. & Alibhai, N. (2013). Language development in Sub-Saharan Africa. Lancaster University, Department of Psychology.
Bird, E. & Charles, S. (1981). The dialects of Mandekan. Institute of education science. Ethnologue (2015). Mandinka, a language of Senegal. Ethnologue; Language of the World.
Idiatov, D. (2010). Person-number agreement on complementizers in Mande. University of Antwerp, Centre for Grammar, Cognition and Typology.
Maxwell Macbrair, R. (1981). A grammar of the Mandingo language: with vocabularies.
McWhorter, J. (2004). The story of human language. The Teaching Company.
Nys, R. (1998). Syllabusontwikkeling: Afrikaans voor Nederlandstaligen. Universiteit Antwerpen, centrum voor taal en spraak.
0. Praktische informatie voor taalonderzoek
Mogelijke problemen in het Nederlands als gevolg van transfer
Mandinka en Nederlands zijn twee talen die erg van elkaar verschillen. Hierdoor kunnen er problemen ontstaan in de taalproductie op het gebied van de fonologie, morfologie en syntaxis in de Nederlandse taal als gevolg van transfer. Als deze problemen in het Nederlands worden geconstateerd, hoeft dit dus geenszins op een taalontwikkelingsstoornis te duiden.Fonologie
Uitspraak
Het Mandinka heeft veel dezelfde spraakklanken als West-Germaanse talen. Toch bestaan er een aantal fonologische verschillen tussen het Mandinka en het Nederlands. In het Mandinka wordt de /j/ bijvoorbeeld uitgesproken als /dy/. De /l/ wordt uitgesproken als een /r/ (komt alleen voor in leenwoorden) en de /ng/ wordt uitgesproken als een ringelgeluid. Dit maakt dat kinderen in het Nederlands problemen kunnen ervaren met het juist produceren van deze klanken.
Het gebruik van toonhoogte is in het Madinka anders dan in het Nederlands. Het Mandinka heeft twee tonen, namelijk hoog en laag. Een zelfstandig naamwoord heeft altijd óf alleen maar hoge-, of alleen maar lage lettergrepen. De klemtoon van een woord in het Mandinka wordt over het algemeen altijd op de stam van het woord geplaatst. In het Nederlands valt de klemtoon vaak op de eerste lettergreep van een woord.
Syllabestructuur
Het Madinka heeft een CV-structuur (medeklinker-klinkerstructuur). Dit komt overeen met het Nederlands. Wel kunnen sprekers van het Madinka moeite hebben met de laatste consonant van een woord (bijvoorbeeld in clusters). In het Madinka is de enige consonant die voorkomt aan het einde van een woord namelijk de /ŋ/. Het Nederlands heeft veel meer mogelijkheden.
Morfologie
Verbuigingen en vervoegingen
Mandinka is een morfologisch arme taal die weinig verbuigingen en vervoegingen kent. Als gevolg van transfer kan een spreker van het Madinka onder andere foute produceren in het vervoegen van werkwoorden naar persoon of getal. Het Madinka vervoegt werkwoorden namelijk niet naar deze kenmerken. Dit betekent dat de infinitief en de onvoltooid tegenwoordige tijd altijd dezelfde vorm hebben. Het Mandinka kent wel twee soorten getal, enkelvoud en meervoud. Echter heeft het meervoud heeft slechts één uitgang. Het Nederlands heeft twee uitgangen (/s/ en /en/). Sprekers van het Madinka kunnen als gevolg van transfer dus fouten maken in het correct produceren van meervouden.
Ook heeft het Mandinka geen voltooid deelwoorden, zoals het Nederlands dat wel heeft. Hierdoor kan het lastig zijn om het systeem van hulpwerkwoord + voltooid deelwoord te leren.
In het Mandinka wordt veel gebruik gemaakt van verkleinwoorden, meer dan in het Nederlands.
Persoonlijk voornaamwoorden
Het Mandinka gebruikt hetzelfde persoonlijke voornaamwoord voor mannelijke, vrouwelijke en onzijdige woorden. Er wordt geen onderscheid gemaakt in de vervoeging per geslacht. Er wordt slechts een onderscheidend woord gebruikt, bijvoorbeeld Muso laat weten dat het over een vrouw gaat.
Bijvoeglijk naamwoorden
Het Mandinka maakt, in tegenstelling tot het Nederlands, geen gebruik van bijvoeglijke naamwoorden. In plaats hiervan gebruiken zij een zelfstandig naamwoord.
Syntaxis.
De volgorde van een zin in het Mandinka komt overeen met de volgorde van een Nederlandse zin, namelijk subject-verb-object (S-V-O).
Pragmatiek
Geen transferfouten bekend op het gebied van pragmatiek
Vragenlijst in relatie tot problemen in het Nederlands.
Wanneer op deze vragen vaak 'ja' wordt geantwoord, is er mogelijk sprake van negatieve transfer vanuit het Madinka.
Fonologie
Morfologie
Mogelijke vragen aan ouders/tolken met betrekking tot specifieke TOS-kenmerken
Om u behulpzaam te zijn bij het onderscheiden van geproduceerde fouten in het Nederlands naar mogelijke oorzaak, is onderstaande vragenlijst per talig kenmerk (fonologie, morfologie, syntaxis en pragmatiek) opgesteld. Voorzichtigheid bij de analyse van taalproducties aan de hand van deze vragenlijst is geboden; de vragen vormen slechts een leidraad om NT2-fouten globaal van TOS-fouten te onderscheiden. De verkregen informatie dient als eerste indicatie voor de aanwezigheid van een taalontwikkelingsstoornis.Onderstaande vragen kunnen aan ouders/tolken gesteld worden om te achterhalen of het kind bepaalde TOS-kenmerken vertoont.
Vragenlijst in relatie tot problemen in het Madinka
Wanneer hier vaak 'ja' op wordt geantwoord, is er mogelijk sprake van een TOS.
Fonologie
Syntaxis
Pragmatiek
1. Algemene informatie over het Mandinka
De Mandinka bevolking (ook wel Mandinga of Mandingo genoemd) telt 1 346 000 mensen en leeft verspreid over een groot gebied in West-Afrika. De Mandinka vinden hun oorsprong in Mali. Landen waar de Mandinka voorkomen, zijn Gambia, Senegal, Guinea, Guinea-Bissau, Mali, Nigeria, Liberia en Ivoorkust. In Gambia is de Mandinka de grootste bevolkingsgroep. De taal die de meeste Mandinka spreken is het Mandinka. Van de ruim 1 miljoen Mandinka, spreekt 45% Mandinka als moedertaal en 25% spreekt het als tweede taal. Omdat de taal Mandinka behoort tot de tak van Mandétalen, is de taal nauw verwant aan Bambara en Malinké (Ethnologue, 2015). Over de taal Malinké is ook een pagina gemaakt op deze Wiki.
Dialecten Mandinka
Het Mandinka kent verschillende dialecten. In de meest westerse landen van West-Afrika worden de dialecten Kalanke, Jahanka en Xaasongaxango gesproken. In de meest oosterse landen van West-Afrika worden de dialecten Bambara en Maninkakan gesproken. De dialecten hebben in grote mate lexicale gelijkenis (Bird & Charles, 1981).
2. Specifieke informatie over het Mandinka
FonologieHet Mandinka heeft veel dezelfde spraakklanken als West-Germaanse talen. Het alfabet bestaat uit het Latijnse schrift. Er bestaan er een aantal fonologische verschillen tussen het Mandinka en het Nederlands.
Het Mandinka heeft twee tonen, namelijk hoog en laag. Een zelfstandig naamwoord heeft altijd óf alleen maar hoge lettergrepen, of alleen maar lage lettergrepen. Om een zelfstandig naamwoord te maken, wordt een klinker achter een woord gevoegd. Het standaard achtervoegsel neemt een stijgende toon aan op zelfstandig naamwoorden met een hoge toon en een dalende toon op zelfstandig naamwoorden met een lage toon.
búŋ = a room > búŋò = the room
tèŋ = a palm tree > tèŋô = the palm tree
kídí = a gun > kídòò = the gun
kòrdàà = a house > kòrdáà = the house
Het alfabet
Het Mandinka alfabet bestaat uit tweeëntwintig letters uit het Latijnse alfabet; vijf klinkers en zeventien medeklinkers.
Het Mandinka bevat de volgende klinkers: i, e, a, o, u. Iedere klinker kan lang of kort zijn. Het Mandinka bevat geen nasale klinkers. Voor nasale klanken worden medeklinkers gebruikt.
Het Mandinka bevalt de volgende medeklinkers:
Beklemtoning en CV-structuur
De klemtoon van een woord in het Mandinka wordt over het algemeen altijd op de stam van het woord geplaatst. In het Nederlands valt de klemtoon vaak op de eerste lettergreep van een woord. Dit is dus een verschil tussen beide talen. De CV-structuur (medeklinker-klinkerstructuur) komt wel overeen met het Nederlands. In beide talen kan het bijvoorbeeld voorkomen dat er drie medeklinkers tussen twee klinkers zitten (Nys, 1998).
Morfologie
De Mandinka taal is een taal die weinig vervoegingen en verbuigingen kent, in tegenstelling tot het Nederlands.
Meervouden, verkleinwoorden en bijvoeglijke naamwoorden
Het Mandinka kent twee soorten getal, namelijk het enkelvoud en het meervoud. Het gebruik van het enkelvoud en het meervoud is vergelijkbaar met die van andere talen, alleen zijn er bij het Mandinka enkele bijzonderheden in de wijze waarop de meervoudsvorm wordt gebruikt. De meervoudsvorm wordt verkregen door achter de enkelvoudsvorm eindigend op /o/, /lu/ te plakken. Als de laatste klank van het enkelvoud geen /o/ is, verandert de laatste letter in een /o/ en wordt /lu/ toegevoegd. In het Nederlands eindigt de meervoudsvorm altijd op /s/of op /en/. In het Mandinka is er dus slechts één uitgang voor alle meervoudsvormen. De verwachting is daarom dat Mandinka-sperkers hiermee in het Nederlands moeite zouden kunnen hebben.
In het Mandinka wordt veel gebruikt gemaakt van verkleinwoorden, meer dan in het Nederlands.
Het Mandinka maakt, in tegenstelling tot het Nederlands, geen gebruik van bijvoeglijke naamwoorden. In plaats hiervan gebruiken zij een zelfstandig naamwoord (Maxwell Macbrair, 1981).
Persoonlijke voornaamwoorden
Het Mandinka gebruikt hetzelfde persoonlijke voornaamwoord voor mannelijke, vrouwelijke en onzijdige woorden. Er wordt geen onderscheid gemaakt in de vervoeging per geslacht. Er wordt slechts een onderscheidend woord gebruikt, bijvoorbeeld Muso laat weten dat het over een vrouw gaat. Onderstaande tabel laat zien welke vervoeging bij het juiste persoonlijke voornaamwoord hoort (Maxwell Macbrair, 1981).
Werkwoordvervoegingen
Werkwoorden worden in het Mandinka niet vervoegd naar persoon of getal, zoals in het Nederlands wel gebeurt. Dit betekent dat de infinitief en de onvoltooid tegenwoordige tijd altijd dezelfde vorm hebben (McWhorter, 2004).
Ite dindingo
Ate dindingo
Ntolu dindingo
Altolu dindingo
Itolu dindingo
De onvoltooid verleden tijd wordt op dezelfde manier gecreëerd. De infinitief verandert naar de verleden tijd en heeft vervolgens bij ieder persoon en getal dezelfde vorm.
Ite lafita
Ate lafita
Ntolu lafita
Altolu lafita
Itolu lafita
Het Mandinka heeft geen voltooid deelwoorden, zoals het Nederlands wel heeft. Het kan voor een Mandinka-spreker die Nederlands leert, lastig zijn om het systeem van hulpwerkwoord + voltooid deelwoord te leren.
Syntaxis
De volgorde van een zin bestaat in het Mandinka, net als in het Nederlands, uit de constructie subject-verb-object. Dit houdt in dat een zin begint met het onderwerp, gevolgd door het werkwoord en het lijdend voorwerp. Het werkwoord staat altijd op de tweede plek: ate atata a marscoto (hij gaat naar de markt) (Maxwell Macbrair, 1981).
3. Verwervingsvolgorde
Over de verwervingsvolgorde van Mandinka als eerste taal is helaas geen literatuur gevonden. Het lijkt erop dat er (nog) geen onderzoek is gedaan naar de taalontwikkeling van een kind en de verwervingsvolgorde in specifiek het Mandinka. Alcock & Alibhai (2013) hebben onderzoek gedaan naar de taalontwikkeling bij talen in Sub-Sahara Afrika. Binnen het Sub-Sahara gebied vallen alle Afrikaanse landen die ten zuiden van de Sahara liggen. West-Afrika valt daar ook onder, dus de landen waar Mandinka gesproken wordt ook.Uit het onderzoek van Alcock & Alibhai (2013) is gebleken dat kinderen in de Sub-Sahara landen beginnen met woordjes uiten op dezelfde leeftijd als in andere landen; zo rond hun eerste levensjaar. Tussen 2;0 en 3;0 jaar verwerven kinderen de verschillen tussen hoge en lage tonen, bij talen waar hoge en lage tonen voorkomen. Dit is het geval bij Mandinka. Dit gaat gepaard met de verwerving van werkwoorden, omdat werkwoorden in het Mandinka een hoge, lage of geen toon hebben. Veel Afrikaanse talen bevatten ‘clicks’. Een bepaalde letter wordt dan uitgesproken achter in de keel, waarbij met de tong tegen het gehemelte aan wordt geklikt. Het Mandinka bevat geen ‘clicks’. Na het verwerven van tonen en ‘clicks’, starten kinderen tussen de 2;0 en 4;0 jaar met de fonologische ontwikkeling. Vervolgens wordt ook de morfologie verworven. Ondertussen wordt het vocabulaire van de kinderen steeds uitgebreider en is de basis van het taalsysteem rond het zesde levensjaar zo goed als voltooid.
Op basis van dit onderzoek kan worden gesteld dat de taalontwikkeling in Sub-Sahara Afrika, dus ook in Mandinka, overeenkomt met de taalontwikkeling van Nederlandse kinderen. De ontwikkeling start en eindigt rond dezelfde leeftijd en de verschillende aspecten worden ongeveer in dezelfde volgorde verworven. Onderzoek specifiek gericht op de taalontwikkeling van kinderen in Mandinka is er niet. Mandinka is maar een heel klein onderdeel van alle Sub-Sahara Afrika talen. Daarom zijn de resultaten uit bovenstaand onderzoek niet per se toepasbaar op specifiek het Mandinka.
4. Specifieke taalstoornissen
Helaas is er geen literatuur gevonden over TOS en Mandinka. Er is per definitie weinig onderzoek gedaan naar deze taal. Waarschijnlijk omdat het een weinig gesproken taal is, slechts 1,3 miljoen mensen spreken het. Onderzoek dat gedaan is, richt zich op Afrikaanse talen in het algemeen, niet specifiek op Mandinka. Er is dus helaas niets bekend over dit onderwerp.5. Slotopmerkingen
Op deze pagina is de taal Mandinka uitgelicht en zijn de verschillen tussen het Mandinka en Nederlands besproken. Daarvoor zijn onderstaande bronnen gebruikt:Alcock, K. & Alibhai, N. (2013). Language development in Sub-Saharan Africa. Lancaster University, Department of Psychology.
Bird, E. & Charles, S. (1981). The dialects of Mandekan. Institute of education science.
Ethnologue (2015). Mandinka, a language of Senegal. Ethnologue; Language of the World.
Idiatov, D. (2010). Person-number agreement on complementizers in Mande. University of Antwerp, Centre for Grammar, Cognition and Typology.
Maxwell Macbrair, R. (1981). A grammar of the Mandingo language: with vocabularies.
McWhorter, J. (2004). The story of human language. The Teaching Company.
Nys, R. (1998). Syllabusontwikkeling: Afrikaans voor Nederlandstaligen. Universiteit Antwerpen, centrum voor taal en spraak.